A. J. Heselman
Vertel ons over je boek!
Het manuscript opent in Amsterdam, 1642. In een kelderruimte onder de Oude Kerk sticht Cornelis van der Lijst, een mysterieuze alchemist en pigmentmaker, een geheim genootschap. Zes figuren, gemaskerd als raaf, haas, hert, slang, uil en vos, ontmaskeren zich één voor één. Onder hen bevindt zich Rembrandt van Rijn, zijn handen nog besmeurd met loodwit en alizarinrood, rechtstreeks gekomen uit zijn atelier. Samen sluiten zij een bloedpact, letterlijk: hun essenties — bloed, speeksel, tranen — worden vermengd met ultramarijn uit lapis lazuli tot een levend pigment dat gloeit, klopt en ademt.
Het pact draait om een uitzonderlijk plan dat eeuwen overspant. Cornelis heeft via visioenen en een mysterieus boek dat de toekomst toont inzicht verkregen. Er worden vijf grote kunstwerken aangewezen die geladen moeten worden met levenskracht: Rembrandts Nachtwacht, Klimts De Kus, Munchs De Schreeuw, Picasso’s Les Demoiselles d’Avignon en Van Goghs Sterrennacht. Elk werk moet geschilderd worden met het levende pigment, met verborgen symbolen ingeweven in schaduwen en plooien van stof — hartslagen in penseeldruk, spiralen die opengaan voor wie ze met kennis aanraakt.
De activering van deze vijf werken vereist één specifieke persoon. Die persoon is een restauratrice uit de bloedlijn van Cornelis zelf, die elke drie à vier generaties via de vrouwelijke lijn wordt doorgegeven. Haar naam kent Cornelis al in 1642: Floor Hoogland. Floor is een vrouw wier handen van nature levende verf kunnen voelen, activeren en bevrijden. Ze zal in februari 2026 aan het werk zijn in het Rijksmuseum, en op 24 april 2036, tijdens een planetaire conjunctie van Jupiter en de Plejaden, verzamelt ze de vijf werken in een speciaal gebouwde ondergrondse kamer — de Kamer van Verlangens — onder het museum. Haar verlangen, haar orgasme zelfs, is de sleutel die de werken ontsluit. Lukt dit niet, dan sterft de menselijke ziel langzaam: Amsterdam transformeert tot een stad van levende doden, emotioneel leeg en niet meer in staat tot echte intimiteit.
Het manuscript wisselt dan af tussen tijdlagen. We volgen de schakels in de Hoogland-bloedlijn doorheen de eeuwen: telkens vrouwen die de gave onbewust dragen en soms dagboeknotities nalaten over de vreemde warmte die ze voelen wanneer ze bepaalde doeken aanraken. Tegelijk groeien de schaduwen: een rivaliserende fractie, de Tegenstanders, probeert Floor te vinden en te neutraliseren vóór het Genootschap haar kan bereiken en begeleiden.
In de contemporaine tijdlijn — 2026 en verder — maakt Floor zelf haar opwachting. Ze werkt als restauratrice, onwetend van haar erfenis, tot De Nachtwacht tijdens een routinecontrole voor het eerst reageert op haar aanraking met warmte en trillingen. Vanaf dat moment begint haar reis: ze ontdekt stap voor stap het Genootschap, de bloedlijn en de betekenis van haar eigen lichaam als sleutel tot iets groters. Naast haar verschijnen Vincent, die haar geliefde wordt, en later haar dochter Hendrika. Hendrika zal al vroeg de gave vertonen en de volgende schakel worden in wat een nieuwe cyclus blijkt te zijn.
Want na de activering van de oorspronkelijke vijf werken is het verhaal niet afgelopen. De slotpagina’s openbaren een tweede lijst in wording: Mondriaan, Rothko, Kahlo, Nan Goldin, Marilyn Minter. Vijf nieuwe werken voor een nieuwe generatie. Hendrika, twaalf jaar oud, wordt al voorzichtig voorbereid op haar eigen toekomstige rol. De cyclus herhaalt zich, de bloedlijn stroomt door.
Thematisch is het manuscript een verweving van mystiek, erotiek, kunstgeschiedenis en moederschap. De grens tussen vlees en verf vervaagt voortdurend: activering is zowel artistiek als seksueel. Elke restauratrice betaalt een persoonlijke prijs, zoals verlies van gewone tastzin, blindheid of een perceptie die nooit meer de gewone wereld terugvindt. Maar ze verwerft ook iets bovennatuurlijks. Schoonheid heeft een prijs, transformatie eist een offer, maar het is, zoals Floor zelf zegt, een eerlijke ruil.
Het is een roman die de goudslagtechniek van Klimt, de spiralen van De Nachtwacht en de ceruleumblauwen van Van Gogh rechtstreeks verbindt met vrouwelijke belichaming, met de vraag wat het betekent om kunst niet te bekijken maar te voelen, en wat er gebeurt wanneer kunst terugvoelt.
Hoe is je boek tot stand gekomen? Was het een duidelijk idee vanaf het begin, of is het gegroeid tijdens het schrijfproces?
Het begon niet met een idee. Het begon met een beeld. En de daaraan gekoppelde vraag: “Wat als…?”
Ik ken De Nachtwacht al zo goed als mijn hele leven. De vraag “wat als die verf nog leeft?” popte in mijn nieuwsgierige brein op. Niet als metafoor. Letterlijk. Wat als Rembrandt iets heeft ingesloten in dat pigment dat er nog steeds in zit, wachtend? Dat beeld liet me niet meer los. Het is het soort obsessie dat je herkent als schrijver: niet iets wat je wilt schrijven, maar iets wat geschreven wil worden.
Vanaf dat moment groeide het, want ik heb dit boek niet geconstrueerd. Cornelis van der Lijst verscheen als figuur bijna volledig uitgewerkt: de alchemist, de man die verder kijkt dan zijn eigen leven, die bereid is te offeren voor iets wat hij nooit zelf zal zien voltooien. Ik herken in hem iets van mezelf. Ik ben iemand die puur professioneel jarenlang organisaties heeft opgebouwd, wetende dat anderen de vruchten zouden plukken. Die verhouding tot tijd, tot erfenis, tot wat je nalaat zonder dat je er de eer voor krijgt, zit diep in mij. En net zo bij Cornelis van der Lijst. In alles wat ik schrijf, zitten in de mix van personages wel delen van mezelf.
Floor ontstond later, maar werd al snel het hart van het boek. Ik wilde een vrouw beschrijven die haar eigen verlangen volledig bezit. Dat bleek moeilijker dan ik dacht. Niet technisch, maar qua durf. Er is een moment waarop je als schrijver moet beslissen hoe ver je gaat, en of je bereid bent te staan voor wat je schrijft. Als man door de ogen van een vrouw kijken leidt vaak tot stereotypen. Ik heb die keuze bewust gemaakt, net om de stereotypen te vermijden.
Was het een duidelijk plan? Nee. Was het gecontroleerde chaos? Ja. Ik wist van bij het begin dat het verhaal moest eindigen met een voltooiing én een nieuw begin. Cyclisch denken, ook zo’n predicaat dat ik op mezelf kleef. Maar hoe ik daar zou komen, ontdekte ik al schrijvende. Sommige hoofdstukken kwamen in één ruk, alsof ik ze alleen maar hoefde op te schrijven. Andere, met name de overgangsscènes tussen de tijdlagen, heb ik verschillende keren herschreven.
Wat me het meest heeft geïnspireerd, is uiteindelijk een filosofische vraag die ik al mijn hele leven met me meedraag: overleeft schoonheid de dood van degene die haar heeft gemaakt? Dit boek is deels mijn antwoord. Niet het enige antwoord, maar het meest eerlijke dat ik op dit moment kon geven.
Voor wie is dit boek volgens jou bedoeld? Waarin hoop je dat een lezer zich herkent?
Volgens mij zijn er verschillende lezersgroepen die dit werk zullen aanspreken, maar het is geen roman voor iedereen. En dat is een bewuste keuze.
Het kernpubliek is de literair geëngageerde volwassen lezer die niet schrikt van expliciete erotiek in een intellectuele context. Dit is geen erotische roman in de populaire zin. Er is geen romantisch plotschema, geen happily-ever-after-logica. Het is eerder een roman waarin seksualiteit functioneert als filosofisch en narratief instrument. Lezers die genoten hebben van werken als The Passion van Jeanette Winterson, Het parfum van Patrick Süskind of het oeuvre van A.S. Byatt zullen zich hier onmiddellijk thuis voelen: allemaal romans die ideeën en zintuigen tegelijkertijd aanspreken.
Kunstliefhebbers vormen een tweede natuurlijk publiek. De roman veronderstelt een zekere vertrouwdheid met de westerse schilderkunst. Wie Klimts gebruik van bladgoud, Munchs pigmentkeuzes of de restauratiegeschiedenis van De Nachtwacht al enigszins kent, zal een extra laag beleving ervaren. Maar ook de lezer zonder kunsthistorische bagage wordt meegenomen: de roman legt genoeg uit zonder te doceren.
Lezers van historische fictie met een donker register — gotiek, geheime genootschappen, bloedpacten over eeuwen heen — zullen de proloogscène en de multitemporele architectuur als bijzonder aantrekkelijk ervaren.
Vrouwelijke lezers van 30+ vormen waarschijnlijk de grootste commerciële doelgroep, met name zij die bewust op zoek zijn naar fictie waarin vrouwelijke seksualiteit niet geobjectiveerd maar gesubjectiveerd wordt. Floor Hoogland is een zeldzaam type protagonist: intelligent, sensorisch intens, professioneel geloofwaardig en seksueel autonoom. Dat is een combinatie die in de huidige markt — zeker in het Nederlandstalige segment — te weinig voorkomt en kansen krijgt.
Wat dit werk niet is, en dat is even belangrijk: het is geen toegankelijke pageturner voor het brede publiek. De rijke sensorische passages, de filosofische ondertonen en de niet-lineaire structuur vragen een lezer die bereid is te vertragen. Wie Vijftig tinten grijs als referentiepunt neemt, zal gedesoriënteerd zijn. Wie De donkere kamer van Damokles of Het diner als referentiepunt neemt, zit beter.
“Waarin hoop je dat een lezer zich herkent?” is misschien wel de meest essentiële vraag voor een roman. Niet wat hij betekent, maar waar hij raakt. Voor mij was dit bij het schrijven ervan:
- De ervaring dat aanraking meer is dan fysiek contact
- De spanning tussen professionele precisie en innerlijke chaos
- Het gevoel de enige te zijn die iets voelt wat anderen niet zien
- De lichamelijkheid die nooit volledig tam te maken is
- De erfenis die je draagt zonder het te weten
- Het verlies dat transformatie altijd kost
- En ten slotte: de honger naar schoonheid als levensnoodzaak
Dat is uiteindelijk waar dit boek over gaat, en wat het zijn lezers wil teruggeven: de overtuiging dat hun honger naar schoonheid niet sentimenteel is, maar essentieel
Schrijf je nu aan iets nieuws?
Terwijl Het Genootschap van de Levende Lijst in productie gaat, is er een volgend werk de fase van de revisie ingegaan.
Absolutie, mijn meest recente literaire werk, bevindt zich momenteel in die revisie. Het manuscript handelt over een psychologisch en spiritueel geladen roman over schuld, vergeving en de grenzen van het zelfbedrog en ondergaat een laatste redactionele cyclus voor het klaar is voor publicatie.
Daarnaast wil ik aankondigen dat er gewerkt wordt aan de opstart van een geheel nieuwe reeks: een misdaadcyclus in zes delen, geworteld in de Nederlandstalige traditie van het psychologische detectiveverhaal. De reeks combineert zijn vertrouwde aandacht voor milieu, karakter, maatschappelijke thema’s en filosofische ondertoon met de strakke spanningsarchitectuur van het genre. De eerste titel is in ontwikkeling. Het genre zie ik nooit als een kooi, maar als een vertrekpunt.
Meer informatie volgt.
Heb je tips of advies voor anderen die een boek willen schrijven?
Een sterk boek begint met een helder idee. Weet precies wat je wilt vertellen en waarom dat relevant is. Hoe scherper je kernboodschap, hoe gemakkelijker je de lezer kunt meenemen in je verhaal. Bepaal waar je boek over gaat en wat je ermee wilt bereiken. Is het een roman, een zakelijk boek of een persoonlijk verhaal? Een heldere kernboodschap helpt je om gefocust te blijven tijdens het schrijven.
Succesvol schrijven is geen toeval. Maak vooraf een duidelijke opbouw met hoofdstukken of grote lijnen. Dit geeft houvast, voorkomt chaos en zorgt ervoor dat je verhaal logisch en samenhangend blijft. Werk een globale opbouw uit voordat je begint. Denk aan hoofdstukken, thema’s of een verhaallijn. Dit voorkomt dat je vastloopt en geeft richting aan je schrijfproces.
Wachten op inspiratie is een valkuil. Schrijf consequent, ook op dagen dat het minder vlot gaat. Discipline creëert momentum, en momentum brengt je boek vooruit. Discipline is belangrijker dan inspiratie. Plan vaste schrijfmomenten in, zelfs al is het maar 30 minuten per dag. Consistentie zorgt ervoor dat je vooruitgang blijft boeken.
De eerste versie is bedoeld om ideeën op papier te zetten, niet om indruk te maken. Schrijf vrij en zonder remming. Kwaliteit ontstaat pas echt in de herschrijffase.
Een goed boek wordt beter door externe input. Laat je tekst lezen door anderen en sta open voor eerlijke feedback. Gebruik die inzichten om gericht te verbeteren—daar zit de echte meerwaarde. Herschrijven is een essentieel onderdeel van het proces en maakt vaak het verschil tussen een goed en een uitstekend boek.
Wat lees je zelf graag? Welk boek heb je het laatst gelezen?
Mijn leeshonger kent weinig grenzen. Wie Het Genootschap van de Levende Lijst heeft gelezen, herkent onmiddellijk waarom Marguerite Duras, Anaïs Nin en Gerard Reve voor mij geen namen zijn, maar ankerpunten. Het zijn allemaal schrijvers bij wie taal en verlangen één substantie worden. Umberto Eco voeg ik daar zonder aarzeling aan toe: niemand heeft eruditie en narratieve spanning zo onafscheidelijk gemaakt als hij.
Filosofisch laat ik me het liefst uitdagen door denkers die oncomfortabel zijn. Bataille, Merleau-Ponty, Foucault — geen van hen biedt geruststelling, alle drie veranderen ze hoe je naar het lichaam, de macht en het verlangen kijkt. Precies daarom keer ik steeds naar hen terug.
Momenteel ligt Mijn Frankrijk van Bart Van Loo op mijn nachttafel. Dit is een radicaal ander register, dat klopt. Maar Van Loo schrijft geschiedenis zoals goede romanciers fictie schrijven: met de overtuiging dat het verleden pas leeft wanneer het vlees krijgt. Daarin is het minder ver van de rest dan het op het eerste gezicht lijkt.
Wat doe je als je niet aan het schrijven bent?
Golf is voor mij veel meer dan een ontspannende bezigheid; het is een echte passie die me energie, focus en perspectief geeft. Op de golfbaan vind ik een unieke combinatie van rust en uitdaging. Elke slag vraagt concentratie, strategisch inzicht en doorzettingsvermogen, eigenschappen die ook in mijn professionele leven van grote waarde zijn. Golf helpt me om mijn gedachten te ordenen en met een frisse blik naar complexe vraagstukken te kijken.
Naast sport speelt literatuur een belangrijke rol in mijn leven. Lezen biedt me de kans om nieuwe ideeën te ontdekken en mijn horizon te verbreden. Ik wissel graag af tussen fictie en vakliteratuur, waarbij beide genres me inspireren op hun eigen manier. Schrijven krijgt bovendien steeds meer een centrale plaats in mijn activiteiten. Op dit moment werk ik aan een zakelijk boek over de toekomst van de apotheek in 2045, waarin ik mijn visie op de evolutie van de sector uitwerk. Dit boek zal verschijnen bij LannooCampus en vormt een belangrijke brug tussen mijn interesse in literatuur en mijn professionele expertise.
In mijn rol als directeur van een apothekersorganisatie draag ik een grote verantwoordelijkheid. Ik zet me dagelijks in voor de verdere ontwikkeling en positionering van de sector, met bijzondere aandacht voor innovatie, samenwerking en kwaliteit van zorg. Het is een dynamische omgeving waarin strategisch denken en mensgericht leiderschap essentieel zijn.
De combinatie van mijn professionele engagement, mijn passie voor golf en mijn betrokkenheid bij literatuur en schrijven zorgt voor een evenwichtige en inspirerende invulling van mijn leven. Deze drie pijlers versterken elkaar en helpen me om zowel als persoon als professional te blijven groeien.
Aanbevolen voor jou