Anna Backerra
Vertel ons over je boek!
Roofmoeder is de neerslag van een 14-jarig onderzoek naar de achtergrond van een steeds grotere verwijdering tussen mijn zoon en mij. Die begon toen hij als vierjarig kind wegens een psychiatrische stoornis voor enkele weken in een ziekenhuis moest worden opgenomen. Door ongrijpbare invloeden van buitenaf kon hij niet worden behandeld en daardoor niet meer bij ons terugkomen vanwege het gevaar voor zijn broertje. Hij ging naar een pleeggezin. Op den duur leek erop het dat hij tegen mij werd opgezet en als volwassene bleek onze relatie inderdaad verwoest te zijn.
In het boek pluis ik uit wat er destijds moet zijn gebeurd. Mijn moeder bleek een veel grotere rol te hebben gespeeld om hem van mij los te scheuren dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Er was ook nog iemand van buitenaf bij betrokken. Nadat alles duidelijk was geworden, probeerde ik de relatie met mijn zoon te herstellen, maar dat bleek onmogelijk te zijn.
Daarna heb ik me erop gericht om mijn verdriet, onmacht en haatgevoelens om te vormen tot iets dat minder ondermijnend voor mezelf zou zijn, iets dat met liefde te maken moest hebben.
Hoe is je boek tot stand gekomen?
De teamleider van de kinderbescherming heeft me in 2011 geholpen om te achterhalen wat er 25 jaar daarvoor met mijn kind kon zijn gebeurd. Daarbij werd duidelijk dat er een misdrijf was gepleegd. Hij raadde me aan om het gebeurde middels contextuele therapie te verwerken in een boek, volgens hem de enige manier om er meer inzicht in te krijgen en uiteindelijk rust te vinden. Volgens die methode ga je zo ver mogelijk terug in je familiegeschiedenis en schrijf je alles op wat je tegenkomt, tot er een patroon verschijnt.
Ik nam een schoenendoos, scheurde een stapel A4-papier in kleinere stukken en legde mijn vulpen klaar. Alles wat in mijn gedachten kwam rond dit onderwerp schreef ik in het wilde weg even op, tussen mijn andere bezigheden door. Het werkte kalmerend en na een paar weken zaten er honderden briefjes in de doos. Elk dateerde ik aan de hand van huwelijks- aankondigingen, overlijdensberichten, brieven en foto’s. De briefjes uit één periode hechtte ik aan elkaar tot pakketjes, legde die op tijdsvolgorde op de vloer en zocht daartussen het door mij gewenste startpunt van het boek. Daarna paste ik de volgorde zodanig aan dat een geschikte verhaallijn ontstond, met terugblikken naar eerdere periodes.
Met vulpen schreef ik de briefjes van elk pakket tot een samenhangend geheel. Zodra iets me raakte, nog zonder te begrijpen waarom, begon mijn hand te beven en veranderde mijn regelmatige handschrift in grote hanenpoten. De tranen druppelden dan op het papier en de woorden liepen door elkaar. Dan schreef ik het opnieuw en opnieuw, net zo lang tot mijn handschrift weer rustig was geworden.
Was het een afgewerkt idee of is het gegroeid door het schrijfproces?
Aanvankelijk wilde ik alleen achterhalen wat er was gebeurd, in de hoop dat ik de relatie met mijn zoon kon herstellen. Omdat ik destijds de politie niet had durven inschakelen, moest ik nu zelf rechercheur zijn. De eerste nog zeer onvolledige versie was na een jaar af. In eigen beheer maakte ik er een boekje van ruim 100 pagina’s van. Door gesprekken met mensen die het gelezen hadden, ontstond de verdere ontwikkeling van het verhaal.
In 2018 had ik een veel dikkere versie af. Het heette toen al Roofmoeder, wat door mijn echtgenoot was bedacht. Omdat die misdaad dan wel was ontleed, maar van alles in het boek terecht was gekomen wat achteraf gezien niet essentieel was, gebruikte ik een pseudoniem. Opnieuw groeide het inzicht over de kern van de zaak, dankzij gesprekken met lezers in mijn directe omgeving.
Het werd duidelijk dat het contact met mijn zoon niet hersteld zou kunnen worden. Ik worstelde met verdriet, woede, haatgevoelens jegens mijn moeder, en de hele maatschappij, die me in de steek had gelaten toen mijn kind iets mankeerde. Ik vreesde dat deze gevoelens me van binnen zouden opvreten en zocht naar een manier om het boek zodanig aan te passen dat die tot rust zouden komen.
Twee jaar geleden begon ik aan de laatste revisie door alles wat overbodig was eruit te halen en door te harde passages af te zwakken. Toch was de tekst in het laatste hoofdstuk nog altijd boos en het lukte me niet om die om te vormen in iets beters. Uiteindelijk kon een vriendin, filosoof en dichter, na bestudering van het vernieuwde manuscript me uitleggen wat eraan schortte én hoe ik dat moest veranderen. Ik volgde haar raad op en voelde de spanningen wegvloeien. Een paar weken later was het boek klaar.
Waarom wilde je een boek schrijven? Wat inspireerde je?
Ik wilde aanvankelijk helemaal geen boek schrijven; ik wilde alleen weten wat er met mijn zoon was gebeurd en op grond daarvan proberen de relatie te herstellen. Het schrijven was bedoeld om te overleven, niet om uit te geven. Ik kon gewoon niets anders bedenken dan de raad van de teamleider van de kinderbescherming op te volgen, om zo mijn leven op andere gebieden normaal te kunnen voortzetten.
Schrijf je nu aan iets nieuws?
Nee, want in maart had ik ook al de presentatie van mijn wetenschappelijk studieboek. Dat werk is ontstaan doordat natuurkundig onderzoek me van jongs af veel plezier en rust gaf, terwijl een baan als vrouw niet mogelijk was. Maar als ik weer zin heb in een nieuw literair werk, liggen de voorbereidingen klaar voor een verhaal dat zich in Sint-Petersburg (Rusland) afspeelt in de historisch gezien interessante periode van 2002 tot 2019. Ik heb daar compositie gestudeerd, eerst 6 weken als stage, maar sindsdien enkele malen per jaar vanwege de samenwerking met andere musici.
Heb je tips of advies voor anderen die een boek willen schrijven?
Schrijf alles met vulpen voordat je het uittypt, want dan werk je vanuit je hart. Het vertraagt op een prettige manier, is mentaal gezonder en de inspiratie stroomt gemakkelijker door.
Waarom vind je dat je boek gelezen moet worden?
Misschien kunnen mensen zich eraan optrekken. Misschien kan het mensen helpen die een kind zijn kwijtgeraakt terwijl het nog leeft. Misschien gaan hulpverleners zich realiseren wat voor ellende ze kunnen veroorzaken door te snel conclusies te trekken. Misschien ontstaat het inzicht dat moeders veel meer gerichte steun nodig hebben om kinderen gezond en evenwichtig te laten opgroeien.
Wat doe je als je niet aan het schrijven bent?
Ik componeer vrijwel iedere ochtend minstens anderhalf uur. Reeds uitgevoerde werken staan op www.annabackerra.com. Tot een half jaar geleden werkte ik ook dagelijks aan theoretische natuurkunde, maar dat doe ik nu alleen nog als er vragen over mijn werk zijn. Mijn publicaties staan op www.itammagnetics.com. ’s Avonds speel ik viool als lid van een amateur- symfonieorkest en ’s zondags zing ik in de Russisch Orthodoxe kerk.
Bekijk de website van Anna Backerra: https://www.annabackerra.com/music/#roofmoeder
Aanbevolen voor jou