Neline de Jong-Kroon

Vertel ons over je boek!

In het boek volgen we Fikele en haar collega’s op een middelbare school. Fikele is een bevlogen docent en geeft al ruim zestien jaar les. Hoelang ze dat nog zal blijven doen, is echter maar de vraag. Een vraag die ze zelf moet beantwoorden, maar waarbij de andere personages in het boek, de omstandigheden op haar school én de lezer een belangrijke rol spelen.

 

Hoe is je boek tot stand gekomen? Was het een duidelijk idee vanaf het begin, of is het gegroeid tijdens het schrijfproces?

Ik heb een promotieonderzoek gedaan naar het vertrek van leraren. Tijdens dit onderzoek heb ik verschillende factoren op schoolniveau in kaart gebracht, onderzoek gedaan naar modellen die het gedrag van leraren verklaren en interviews afgenomen om de kwantitatieve data verder te interpreteren.

Naast de opbrengsten van deze studies in mijn proefschrift en wetenschappelijke publicaties, heb ik nog iets anders geschreven. Het doel van mijn promotietraject was namelijk om niet alleen een bijdrage te leveren aan de wetenschap, maar ook aan de praktijk. We begonnen het promotietraject met een vaag geformuleerd ultiem doel: ‘een instrument waar scholen iets mee kunnen om hun personeel binnenboord te houden’. Naarmate het onderzoek vorderde, kreeg ik het idee om dit op een creatieve manier vorm te geven.

Ik heb een klein boek geschreven waarin de lezer door middel van een fictief verhaal wordt meegenomen in de collegakring op een school. De factoren die ik als relevant heb gevonden voor het blijven of vertrekken van leraren, worden meerdere keren in het boekje door middel van keuzes aan de lezer voorgelegd. Deze keuzes leiden naar verschillende hoofdstukken en uitwerkingen. Het geheel dient als een spiegel: als de lezer kiest voor het ‘verkeerde’ hoofdstuk, wordt duidelijk welk effect dit heeft op de betreffende docent(en), mogelijk leidend tot vertrek. De keuze voor het ‘goede’ hoofdstuk leidt tot een positiever verhaalverloop en biedt handvatten om docenten te behouden.

 

Wat inspireerde je om dit boek te schrijven?

Naast de wetenschappelijke opbrengsten wilde ik vooral iets maken dat daadwerkelijk bruikbaar is in de praktijk. De combinatie van mijn onderzoek en de behoefte aan een toegankelijk en toepasbaar instrument vormde de belangrijkste inspiratie.

 

Voor wie is dit boek volgens jou bedoeld? Waarin hoop je dat een lezer zich herkent?

Het boek is met name geschikt voor onderwijsprofessionals, en in het bijzonder voor leidinggevenden, omdat leiderschap één van de belangrijkste factoren is en ook herhaaldelijk centraal staat. Van deze doelgroep wordt vaak gezegd dat ze weinig tijd hebben en dat het werk hen boven het hoofd groeit. Dat betekent ook dat er minder behoefte is aan zware vakliteratuur, maar juist meer aan toegankelijke en ontspannende vormen van reflectie.

De manier waarop ik dit boek heb geschreven, speelt in op die dubbele behoefte: ontspanning én reflectie.

 

Schrijf je nu aan iets nieuws?

Ik denk erover om nog een vervolg te schrijven op dit boek, óf een deel 2 met andere personages, over andere belangrijke factoren die zijn gerelateerd aan het blijven of vertrekken van leraren.

 

Heb je tips of advies voor anderen die een boek willen schrijven?

Schrijf alle ideeën die je hebt als losse flodders op een enorm papier. Kijk er een poosje (lees: gerust maanden) heel tevreden naar. Probeer dan om er een lijn in aan te brengen: waar begint het, waar wil je uitkomen en wat moet er onderweg op hoofdlijnen gebeuren? Noteer voortdurend zowel grote als kleine ideeën (tot aan halve zinnen die door je hoofd zweven). Belangrijk: bedenk mooie personages! Je gaat in hun hoofden kruipen en ze een stem geven, en dat wordt alleen geloofwaardig als je zelf in hen gelooft. En dan komt het moment: gewoon beginnen. Schrappen komt later.

 

Wat lees je zelf graag? Welk boek heb je het laatst gelezen?

Ik lees van alles, maar maak er eigenlijk veel te weinig tijd voor. Gelukkig zit ik in een leesclub: dat dwingt je om te lezen en dat is heel fijn. Op dit moment lees ik ‘In Orbit’ van Samantha Harvey.

 

Wat doe je als je niet aan het schrijven bent?

Ik werk als docent Engels en heb daarnaast dus net mijn promotieonderzoek afgerond. Als het allemaal volgens planning verloopt, hoop ik in september 2026 te promoveren. Ik wil de opgedane inzichten met betrekking tot lerarenvertrek nog verder uitbouwen in vervolgonderzoek, maar wil deze ook graag delen en verspreiden door middel van lezingen, meedenksessies en adviesgesprekken op scholen. In mijn vrije tijd ben ik bezig met zingen, lezen, haken of iets anders creatiefs en breng ik graag tijd door met mijn gezinnetje.

Aanbevolen voor jou