Ronny Truyen

Vertel ons over je boek!

“Kronieken uit het Verleden” verhaalt niet alleen over het verleden van de verteller – een periode waarin de naderende dood van de vader samenvalt met een intense ontmoeting met een jonge vrouw – maar ook over hoe schrijven over het verleden een pathologisch ‘multiversum’ kan ontsluiten, in dit geval een ‘apostolische’ rechtszaak – ingeleid door niemand minder dan de heer Jef Vermassen zelf.

Kronieken uit het Verleden is inderdaad autobiografische fictie met een experimentele hoek af. Een werk dat de grenzen van het vertellen verlegt met fragmentarische teksten en vormveranderingen. De tekst geeft eerder een psychische toestand weer dan een lineair verhaal en de vorm zelf wordt uitdrukking van de existentiële blokkade. Naarmate de verteller zijn eigen ondergang voelt naderen, wordt het schrijfproces steeds dwangmatiger/machinaler, alsof de taal zelf het stuur overneemt.

 

Hoe is je boek tot stand gekomen? Was het een duidelijk idee vanaf het begin, of is het gegroeid tijdens het schrijfproces?

De Kronieken ontstonden zeven jaar geleden vanuit de (systeemtheoretische) gedachte dat mensen niet losstaan van hun omgeving maar er zelf deel van uitmaken – en dat een boek, eens begonnen, een eigen richting kiest – alsof het zichzelf schrijft. De blauwdruk lag van meet af aan vast. Aan de ene kant Machinaties, literaire kuiperijen die alsmaar dieper in de tijd terugkeren. Aan de andere kant Kronieken, een digitale dialoog die diezelfde Machinaties als het ware chronologisch activeert. Het resultaat is een in zichzelf terugkerend spiegelspel. Niets is wat het lijkt – en precies daarin schuilt de waarheid.

 

Voor wie is dit boek volgens jou bedoeld? Waarin hoop je dat een lezer zich herkent?

Het boek richt zich tot lezers die graag nieuwe wegen inslaan en het onbekende niet schuwen. Je kunt het bovendien willekeurig openslaan en kriskras of zelfs in omgekeerde volgorde lezen. In dat opzicht is Kronieken uit het Verleden óók een “blijde computatie”, or so to preach. (lacht)

 

Schrijf je nu aan iets nieuws?

Momenteel werk ik aan een ‘diabolisch’ tweeluik dat via De Taferelen en Het Tere Falen de heersende (seksuele) moraal een verontrustende spiegel voorhoudt. Meteen de reden waarom S.O.S., de overkoepelende titel, zichzelf verraadt, van a tot z in morsecode zal verschijnen.

 

Heb je tips of advies voor anderen die een boek willen schrijven?

Ritme is voor mij het hoogste goed, de zinnen moeten vloeien, maar dit mag nooit het hoofddoel zijn. Vorm en inhoud zijn twee zijden van dezelfde medaille. Het ritme van een boek is in deze optiek het dubbeltje op z’n kant. De kunst is om het muntstuk van begin tot einde draaiende te houden. Schrijven is per definitie een ‘eenzame professie’. Te lang nadenken over wat je wil zeggen, werkt daarom eerder verlammend dan bevrijdend. Je werk laten proeflezen, ook als het nog niet af is, geeft extra energie en zorgt voor een drive.

 

Wat lees je zelf graag? Welk boek heb je het laatst gelezen?

Fictie of non-fictie, als het maar ‘gevaarlijk’ is. Boeken die het normale als abnormaal ontmaskeren en de gevestigde orde op creatieve wijze in vraag stellen. Denk aan The Catcher in the Rye (J.D. Salinger), De slinger van Foucault (Umberto Eco) en De verborgen geschiedenis (Donna Tartt).

Op dit moment lees ik De Wrede God van A. Alvarez, volgens Jeroen Brouwers het beste boek dat ooit geschreven is over de relatie tussen zelfmoord en literatuur.

 

Wat doe je als je niet aan het schrijven bent?

Ik werk ondertussen al twintig jaar als begeleider op een internaat, pal op de grens met Nederland. In mijn vrije tijd (vreselijk woord) speel ik voetbal en tennis, ook al beginnen de jaartjes te tellen. Ik luister graag naar klassieke muziek, heb mezelf (een beetje) piano leren spelen en durf me wel eens te verliezen in een spelletje schaak.

Aanbevolen voor jou