Tine Beun-Hermans
Vertel ons over je boek!
De Stille Sloopkogel is mijn autobiografische, literairnonfictieve verhaal over twee krachten die mijn leven diepgaand hebben gevormd: jarenlang narcistisch misbruik en de diagnose Multiple System Atrophy (MSA), een zeldzame progressieve neurologische hersenziekte. Deze twee lijnen — de ene die mijn ziel aantastte, de andere mijn lichaam — vloeien samen tot één doorleefd verhaal over ontwrichting, verlies, veerkracht en de zoektocht naar waardigheid en betekenis.
Ik beschrijf hoe een jeugd vol onveiligheid, emotionele verwaarlozing en manipulatie mijn identiteit jarenlang heeft bepaald. Die patronen bereiken een hartverscheurend hoogtepunt wanneer ik, na het overlijden van mijn 24jarige zoon, word uitgesloten van zijn uitvaart. Het niet mogen rouwen om mijn eigen kind vormt een breekpunt in mijn leven.
Op mijn 56e volgt de diagnose MSA. De ziekte dwingt me tot een directe confrontatie met eindigheid en afhankelijkheid. Terwijl mijn lichaam langzaam uitvalt, zoek ik naar een nieuwe manier van leven, kijken en betekenis vinden. De metafoor van de stille sloopkogel verbindt beide levenslijnen: de ene sloopt van binnenuit, de andere van buitenaf — en toch ontstaat er ruimte voor groei, helderheid en spirituele verdieping.
Het boek is opgebouwd in vier delen: – mijn jeugd en de opbouw van narcistische patronen – de diagnose MSA en de fysieke achteruitgang – het verlies van mijn zoon en de daaropvolgende verstoting – de spirituele laag die mijn leven draagt, waarin intuïtie, symboliek en innerlijke stilte richting geven in een steeds stiller wordend bestaan.
Hoewel de thema’s zwaar zijn, is De Stille Sloopkogel geen verhaal dat in duisternis blijft hangen. Ik schrijf met helderheid, warmte en soms onverwachte humor over liefde, verbondenheid en menselijkheid. Ik onderzoek hoe een mens, zelfs in een lichaam dat langzaam opgeeft, kan helen, groeien en kiezen voor waarheid en waardigheid.
Het boek biedt herkenning voor wie te maken heeft met narcisme, ouderverstoting, rouw of chronische ziekte; inzicht in de impact van langdurige stress op lichaam en geest; en een perspectief op hoop en spiritualiteit in omstandigheden die uitzichtloos lijken.
Het eindigt niet met een oplossing, maar met een keuze: de keuze om niet gedefinieerd te worden door misbruik of ziekte, maar door menselijkheid — een kracht die niemand mij nog kan afnemen.
Hoe is je boek tot stand gekomen? Was het een duidelijk idee vanaf het begin, of is het gegroeid tijdens het schrijfproces?
Het boek is niet begonnen als een plan, maar als een innerlijke beweging. Toen mijn lichaam door MSA steeds meer grenzen stelde, merkte ik dat mijn behoefte om mijn leven te verwoorden juist groeide. Het schrijven werd een manier om mezelf te blijven voelen, om richting te geven aan alles wat in mij leefde. Wat ik niet meer fysiek kon dragen, moest ik in taal neerleggen.
In het begin wist ik niet precies wat het boek zou worden. Het ontstond laag voor laag, zoals herinneringen zich aandienen wanneer je eindelijk de stilte toelaat. Terwijl ik terugkeek op mijn leven, begonnen de contouren zich vanzelf te vormen: de onveiligheid van mijn jeugd, de jarenlange invloed van narcistische dynamieken, de liefde en het verlies van mijn zoon, mijn werk in de zorg, mijn praktijk als coach en sportmasseur, en de spirituele gevoeligheid die altijd als een stille draad door mijn leven heeft gelopen.
Ik sprak mijn woorden uit wanneer typen niet meer ging. Mijn stem, mijn humor, mijn inzichten en mijn pijn vormden de grondstof; Copilot hielp me alleen om ze te vangen. Maar de richting, de toon en de ziel van het boek kwamen volledig uit mij. Het schrijven werd een proces van ontwaken: van zien wat ik jarenlang had weggeduwd, van begrijpen wat mij gevormd heeft, en van erkennen wat ik niet langer wilde dragen.
Wat mij inspireerde, was niet één gebeurtenis, maar het geheel van mijn leven. De mensen die ik heb verzorgd. De gesprekken die ik voerde in mijn praktijk. De kleuren op mijn schildersdoek. De stilte die volgde na het verlies van mijn zoon. En vooral de wens dat mijn verhaal misschien iemand anders een beetje minder alleen laat voelen.
Zo is De Stille Sloopkogel ontstaan: niet als een boek dat ik wilde schrijven, maar als een boek dat geschreven wilde worden. Een boek dat me hielp om mijn eigen waarheid te vinden, precies op het moment dat mijn lichaam me dwong om stil te vallen.
Het boek is mijn nalatenschap, maar ook een uitnodiging aan de lezer om zijn eigen waarheid onder ogen te zien.
Voor wie is dit boek volgens jou bedoeld? Waarin hoop je dat een lezer zich herkent?
Ik heb De Stille Sloopkogel geschreven voor iedereen die ooit heeft gevoeld dat het leven hen onderuit haalde — soms zacht, soms meedogenloos. Voor mensen die leven met ziekte, afhankelijkheid of een lichaam dat langzaam grenzen stelt. Maar net zo goed voor wie worstelt met de gevolgen van een onveilige jeugd, narcistische dynamieken, verlies van autonomie of het gevoel zichzelf jarenlang kwijt te zijn geweest.
Het boek is daarnaast ook waardevol voor zorgmedewerkers, artsen en andere professionals die dagelijks met kwetsbaarheid, rouw, verlies en complexe menselijke verhalen te maken hebben. Niet als handleiding, maar als inkijk in de binnenwereld van iemand die afhankelijk wordt — en in de lagen van menselijkheid die achter ziekte, gedrag en stilte schuilgaan.
Ik hoop dat lezers die rouwen — om een kind, een ouder, een relatie, of om delen van zichzelf — iets van hun eigen stilte in mijn woorden herkennen. Dat ze zien dat rouw niet één vorm heeft, en dat het soms juist in de scheuren van het bestaan is dat je jezelf opnieuw ontmoet.
Het boek is ook voor mensen die jarenlang sterk moesten zijn, die zorgden, die doorgingen, die hun pijn wegstopten omdat er geen ruimte voor was. Voor hen die weten hoe het voelt om te leven in een omgeving waar liefde en manipulatie door elkaar liepen, en die nu proberen te begrijpen wat dat met hun hart en hun identiteit heeft gedaan.
En het is voor iedereen die voelt dat er meer is tussen hemel en aarde. Voor wie intuïtie, symboliek en innerlijke stilte geen zweverigheid zijn, maar een manier om overeind te blijven in een wereld die soms te hard is.
Als lezers iets meenemen uit mijn verhaal, hoop ik dat het dit is: dat je niet gedefinieerd wordt door wat je is aangedaan, door wat je hebt verloren, of door wat je lichaam niet meer kan. Dat er altijd een plek in jezelf bestaat die intact blijft — hoe zwaar het leven ook wordt. En dat je, zelfs in afhankelijkheid en kwetsbaarheid, waardigheid kunt vinden.
Ik hoop dat mijn boek een hand op de schouder is. Een zacht “je bent niet alleen”. Een uitnodiging om jezelf met meer mildheid te bekijken en misschien zelfs een klein lichtje in een periode waarin alles donker lijkt, maar vooral dat lezers zich herkennen in de echtheid: de humor, de pijn, de scherpe observaties, de liefde voor het leven, en de moed om door te gaan wanneer het lichaam niet meer meewerkt.
Schrijf je nu aan iets nieuws?
In principe werk ik niet meer aan een nieuw groot project. Mijn lichaam faalt, mijn energie is beperkt en ik weet dat mijn tijd korter wordt. Dat maakt dat ik mijn kracht niet meer kan richten op een nieuw boek — en dat hoeft ook niet. De Stille Sloopkogel ís mijn levenswerk.
Wat ik wél doe, zolang het nog gaat, is kleine vormen gebruiken om het boek zichtbaar te houden. Korte blogs, reflecties, stukjes op sociale media — precies afgestemd op wat mijn lichaam nog toelaat. Geen lange schrijfsessies meer, maar momenten van helderheid die ik opvang wanneer ze zich aandienen.
Het zijn geen nieuwe projecten, maar verlengstukken van mijn boek: kleine lichtpuntjes, gedachten, inzichten over leven, sterfelijkheid, bewustzijn en de essentie van menszijn wanneer het lichaam langzaam afscheid neemt.
Zolang ik nog kan, wil ik mijn stem gebruiken om dit verhaal ruchtbaarheid te geven. Niet vanuit ambitie, maar vanuit betekenis. Omdat ik voel dat dit boek niet alleen van mij is, maar ook van iedereen die zich erin herkent.
Heb je tips of advies voor anderen die een boek willen schrijven?
Als ik één ding heb geleerd, is het dat je niet moet wachten op het perfecte moment om te beginnen. Dat moment bestaat niet. Schrijven gebeurt in de ruimte die je hebt — soms groot, soms klein — en het gaat er niet om hoe lang je kunt zitten, maar of je durft te beginnen. Voor mij werd schrijven pas echt waardevol toen ik eerlijker werd dan comfortabel voelde. Dáár zit de kracht van een verhaal: in de stukken die je liever zou overslaan, maar die juist het meest menselijk zijn.
Ik heb ook ontdekt dat een tekst sterker wordt wanneer je durft te schrappen. Niet omdat wat je schreef niet goed was, maar omdat herhaling de ziel uit een verhaal haalt. Schrijven is soms bewaren, maar net zo vaak loslaten.
En niemand hoeft het alleen te doen. Steun zoeken is geen zwakte maar een vorm van wijsheid. Een redacteur, een schrijfmaatje, of — zoals in mijn geval — een digitale assistent kan helpen wanneer je lichaam of energie niet meer meewerkt. Het gaat er niet om hoe je schrijft, maar dat je je stem een vorm geeft die bij jou past.
Wat mij het meest heeft geholpen, is schrijven alsof ik me richt tot één mens. Niet tot een publiek, niet tot een groep, maar tot die ene lezer die het nodig heeft. Dat maakt een tekst intiemer, eerlijker en veel krachtiger.
Als je iets te vertellen hebt, begin dan. Op jouw manier, in jouw tempo, met jouw waarheid. Dat is genoeg.
Wat lees je zelf graag? Welk boek heb je het laatst gelezen?
Ik lees graag boeken die psychologische diepgang, spiritualiteit en menselijkheid met elkaar verweven. Verhalen die niet alleen het hoofd raken, maar vooral de ziel. Autobiografieën, ervaringsverhalen, boeken die iets openen in je bewustzijn of je uitnodigen om anders naar jezelf en het leven te kijken — dat zijn de boeken waar ik me thuis bij voel.
De laatste tijd word ik vooral aangetrokken tot literatuur die gaat over innerlijke processen, zielsniveau en de reis die we als mens maken. Het meest recent las ik De Zielenreis en De Zielsbestemming van Michael Newton. Zijn werk over bewustzijn, tussenstadia en de weg die de ziel aflegt, raakte me diep, juist nu mijn eigen lichaam langzaam afscheid neemt. Het gaf me taal voor iets wat ik al langer voelde.
Daarnaast hebben de boeken Herstellen van narcistische mishandeling en Je leven in eigen hand van Iris Koops me jarenlang vergezeld. Haar werk over narcisme, herstel en het terugvinden van je eigen innerlijke richting gaf me woorden voor ervaringen die lang geen taal hadden en hielp me begrijpen wat jarenlang onder de oppervlakte had gespeeld. Die inzichten lopen als een stille onderstroom door mijn eigen boek heen.
Lezen is voor mij geen ontsnapping, maar een vorm van herkenning. Een manier om te voelen dat ik deel ben van een groter verhaal — en dat zelfs in de meest kwetsbare fases van het leven, de ziel blijft spreken.
Wat doe je als je niet aan het schrijven bent?
Mijn leven ziet er nu heel anders uit dan vroeger. Ik heb bijna veertig jaar in de zorg gewerkt, en daarnaast jarenlang mijn kennis verdiept met opleidingen in coaching, sportmassage en spiritueel werk. Ik was altijd in beweging — sporten, studeren, werken, vrijwilligerswerk — ik draaide moeiteloos dagen waar een gemiddeld mens een week voor nodig had.
Nu is dat tempo weg. Niet omdat ik dat wil, maar omdat mijn lichaam door MSA steeds meer grenzen stelt. Toch betekent dat niet dat mijn leven leeg is; het is gewoon kleiner, rustiger, meer in het moment. Ik doe wat nog wél kan, en dat doe ik met aandacht.
Het liefst ga ik met mijn partner en ons hondje op de scootmobiel de natuur in. Dat zijn mijn kleine avonturen: frisse lucht, vogels, een horizon die niet oordeelt. Soms voelt het bijna als vroeger, maar dan in slow motion — en eerlijk gezegd bevalt dat me beter dan ik had verwacht.
Ik spreek nog steeds af met vriendinnen, al zijn het korte bezoekjes geworden. Koffie, een goed gesprek, een beetje lachen om de absurditeit van het leven en mijn eigen situatie. Zwarte humor is een uitstekende overlevingsstrategie; ik gebruik hem gulzig.
Thuis schilder ik wanneer mijn energie het toelaat. Niet om iets te presteren, maar omdat het me stil maakt. En als mijn lijf echt op de rem trapt, kijk ik televisie en rust ik veel. Dat is geen opgave, maar een vorm van overgave — en dat voelt verrassend zacht.
Mijn leven is kleiner geworden, maar niet minder betekenisvol. Ik kijk scherper, voel dieper, zie schoonheid in details die ik vroeger voorbij rende. En misschien is dat wel de grootste winst in een lichaam dat steeds meer afscheid neemt: dat ik eindelijk leef in het tempo van mijn ziel.
Aanbevolen voor jou