Pieter van ’t Hof

Vertel ons over je boek!

“Het is hier toch geen hotel!?” is een eerlijk, rauw en humoristisch verslag van mijn tijd als groepswerker op een maatschappelijke opvang- in de volksmond ook wel een daklozenopvang genoemd.

In dit boek geef ik een uniek kijkje achter de schermen. Je kijkt door de ogen van een zorgverlener, die soms ook mens blijkt te zijn, naar een stukje maatschappij die zorgvuldig verborgen wordt gehouden voor de rest van het land. De bodem van de bodemloze put, zoals ik het ook wel noem. Je leest over bijzondere, schrijnende en mooie momenten die zelfs de beste scenario schrijver niet had kunnen verzinnen. Momenten die niet alleen op een zorgverlener, maar ook het mens een diepe indruk achterlaten.

Van een bejaarde man die zich voordeed als een hoogleraar op een universiteit tot aan een cliënt die zijn toilet vacuüm trok om drugs te produceren. Maar ook verslaving, eenzaamheid en verraad- in “Het is hier toch geen hotel!?” komen verhalen over veerkracht, compassie en de vraag hoe we als samenleving omgaan met mensen die tussen wal en schip zijn geraakt. En dat het liefst voordat ze verzuipen en worden opgevroten door de haaien.

Verwacht geen opgepoetst verhaal, maar een openhartige inkijk in het dagelijks leven van een daklozenopvang, overwegend vertelt met respect, soms wat zelfreflectie en heel erg veel (cynische) humor. Een boek dat je laat nadenken en verdieping geeft over de zorg, je laat lachen en laat kijken naar de samenleving en deelnemers die je normaal voorbijloopt. Of een blokje voor om. Die zaten er immers ook genoeg tussen. Geloof mij, ik heb bijna een bed gekopt in de opvang. Ja, mijn humor is crue.

 

Hoe is je boek tot stand gekomen?

Wat ooit begon als een dagboek om te kunnen copen met de vele tragische en bizarre zaken waarmee ik te maken kreeg op de opvang, heb ik later onder aanmoediging van mijn lieftallige, bloed mooie, intelligente en onovertroffen vrouw, waarvan ik zoveel geluk heb te hebben mogen ontmoeten en die totaal niet achter me staat met een deegroller in haar handen, uitgewerkt tot een serieus boek, zonder de amikale toon van het origineel uit het oog te verliezen. Naast het stukje biografie is hier later dus ook een stukje verdieping inverwerkt, om de lezer inzicht te geven over de compleet doorgeslagen bureaucratie in de zorg.

 

Was het een afgewerkt idee of is het gegroeid door het schrijfproces?

“Het is hier geen hotel!?” is ooit begonnen als een dagboek. Het idee om het uit te geven zat wel ergens in mijn achterhoofd, maar kwam pas echt van de grond toen ik met mijn vader, die zelf bijna een halve eeuw in de (forensische) zorg heeft gewerkt. Hij bleek dezelfde visie te hebben als ik. Dat heeft me aan het denken gezet en later heb ik er verdieping in gebracht. Hier bleek ik ook dat ik de nodige nuances moest aanbrengen. In een dagboek wil je soms wat… impulsief reageren. Gelukkig heb ik ADHD en heb ik mijn impulsen totaal onder de duim en hoefde ik niet alles volledig opnieuw om te gooien. Maar wat er uit kwam was beter dan ik ooit had kunnen dromen. En dat zeg ik ondanks mijn chronische perfectionisme. Overigens dwong mijn vrouw me het op te sturen, ze was de eindeloze aanpassingen meer dan zat. Dit kan ik ook weer zeggen omdat ze even niet meekijkt.

 

Waarom wilde je een boek schrijven? Wat inspireerde je?

Ooit heb ik het boek “This Is Going To Hurt” van Adam Kay gelezen. Ik was toen nog jong (Lees: 31 jaar) en had het idee dat ik dit ook wel eventjes kon. Een kleine drie jaar later en ik ben tot de conclusie gekomen dat ik er verstandig aan doe om geen conclusies te trekken. Anders kom ik als een narcistische klootzak over, nog voordat men mijn boek heeft gelezen.

Anders dan dat was het mijn afkeer jegens de beleidsmakers. De hoeveelheid stressgerelateerde gezondheidsklachten die zij hebben veroorzaakt zou genoeg moeten zijn om mij nu al met de VUT te sturen. Mijn onvrede over het beleid was ook echt een grote motivator.

 

Schrijf je nu aan iets nieuws?

Ik ben altijd aan het schrijven. Momenteel ben ik bezig met een verhaal over een man die tijdens de coronacrises zijn baan verliest en dan aan de slag gaat als administratiemedewerker op een bordeel. Al gauw blijkt dat het hier niet helemaal legaal aan toegaat en naarmate de tijd vordert glijdt hij steeds meer af in de onderwereld. Omdat ik waardeloos ben in het schrijven van scenario’s bestaat dit boek vrijwel in zijn geheel uit dialoog, wat echt wel mijn sterke punt is. Daarnaast werk ik nog aan een ander verhaal waarin je een man volgt die in de forensische psychiatrie werkt. Dit boek focust zich volledig op zijn narcistische en psychopatische gedachtengang, noemt geen namen en heeft helemaal geen dialoog. Dit omdat ik een leugenaar ben en ook echt geen dialoog kan schrijven.

 

Heb je tips of advies voor anderen die een boek willen schrijven?

Uit angst voor concurentie die mijn boekverkoop zou drukken geef ik liever geen advies. Ik kan die drie potentiele kopers niet missen.

 

Waarom vind je dat je boek gelezen moet worden?

Dit is een vraag die ik serieus ga beantwoorden, omdat ik vind dat de huidige staat van de zorg in Nederland ver voorbij mijn mogelijkheden streeft om te copen met humor. Met dit boek wil ik vooral laten zien dat hoe de zorg er precies uitziet. Hoe de (meeste) kwetsbare groepen in Nederland hierdoor getroffen voelen. Niet alleen de kansen voor deze groepen zijn afgenomen, ook de hoeveelheid groepen is toegenomen.

Anderzijds is er ook de zorgverlener die leidt onder het beleidt. Bewust heb ik er voorgekozen om ook mijn eigen kwetsbaarheden te laten zien. Want wij als zorgmedewerkers zijn ook mensen, met onze eigen grenzen en meningen. En helaas hebben wij ook steeds meer op ons bordje gekregen. Zoveel zelfs dat mentale problemen nog net niet in onze taakomschrijving staat opgenomen. In dit alles ben ik eerlijk. Soms genuanceerd, soms hard. Soms serieus, soms vol humor. Je moet dit lezen om te willen lachen, maar ook om te willen leren. Uiteindelijk zijn dat mijn twee doelen: mensen te laten lachen en mensen iets nieuws te leren.

 

Wat doe je als je niet aan het schrijven bent?

Meestal werk ik. Het zal je niet verbazen, maar ik kan best een workaholic zijn. Daarnaast ben ik een fanatiek lezer van geschiedenis, haat ik professioneel op Ajax en ben ik met regelmaat in de Galgenwaard te vinden.

Aanbevolen voor jou