Roos Van Assche
Vertel ons over je boek!
Wilo Lijfje is een kleine clown die zich gebroken voelt. Mensen denken dat hij vrolijk is omdat hij een clown is, maar eigenlijk heeft hij veel pijn. Fysieke pijn. En ook emotionele pijn, omdat niemand hem lijkt te begrijpen. Op een bepaald moment is hij gevallen. Hij kan echt niet meer verder. Hij probeert recht te staan, maar het gaat niet meer.
Liggend op zijn rug ontmoet Wilo allemaal dieren. Van ieder dier dat hij ontmoet, leert hij iets.
Hoe is je boek tot stand gekomen?
Deze beeldroman is ontstaan als hulpmiddel, om fysieke pijn en emotioneel onverwerkte gevoelens, bespreekbaar te maken. Als een hond fysiek pijn heeft, zegt men: “Hij heeft pijn, daardoor kan hij erg onvoorspelbaar reageren.”
Als je als mens zegt dat je constant fysieke pijn hebt, bots je heel vaak op onbegrip, dat is mijn ervaring. “Maar je ziet er toch goed uit,” wordt er dan soms – troostend bedoeld – gezegd. Ja, maar zo voel ik me van binnen niet! Dat was jarenlang de dynamiek waar ik mee worstelde.
Veerkracht ontwikkelen en jezelf heruitvinden, door anders met problemen om te leren gaan, gaat in kleine stapjes. Moed houden is daarbij belangrijk. Af en toe terugkijken op waar je eerst stond (of lag) kan helpen.
Met beeldtaal gaat dit makkelijker.
Het begon met een gedichtje dat ik liggend op mijn rug maakte, over “respect ontwikkelen voor de grenzen die mijn lichaam mij aangeeft”.
Was het een afgewerkt idee of is het gegroeid door het schrijfproces?
Dit boek gaat over het proces om na vallen/falen, heel zelfbewust en traag weer recht komen te staan. Het is een proces van zelfontplooiing. Leren dicht bij je zelf te komen (door in mijn geval naar de pijn te gaan) en van daaruit nieuwe keuzes en uitdagingen aan te gaan. Vanuit nieuwe evenwichten.
Naar de pijn leren gaan, was iets wat ik met hulp leerde. Toen mij de eerste keer gezegd werd dat ik “naar de pijn moest gaan”, wist ik compleet niet wat ik hoorde! En al helemaal niet hoe ik daaraan moest beginnen… In mijn beeldroman werd dat: “leren voelen wat er te voelen valt”.
Ondertussen gebruik ik mijn verbeelding als kracht. Dat is iets waar ik anderen ook wil toe uitnodigen.
Waarom wilde je een boek schrijven? Wat inspireerde je?
Om wat ik bij vraag 2 beschreven heb: een hulpmiddel om fysieke en emotionele pijn te verwerken.
Bij het meer en meer onder ogen zien van de grenzen die mijn lichaam aangeeft, zei ik vaak tegen mezelf: “o, mijn lijfje!” Toen ik dat besefte, kwam ik spontaan op Wilo zijn familienaam: Lijfje.
Pas later ontdekte ik de WIL in Wilo… ik was verbaasd hoe het soms kan gaan in een creatief proces.
Waarom vind je dat je boek gelezen moet worden?
Omdat hoop hebben en in kleine stapjes denken, belangrijk is.
Wat doe je als je niet aan het schrijven bent?
Dan ben ik bij mijn gezin. Of dan ben ik aan het wandelen met onze hond Sunny. Zij is het model van een van de tekeningen.
Het hoort bij mij om op een creatieve manier met moeilijke en lastige gevoelens om te gaan. Dit boek is daar een onderdeel van.
Of, dan ben ik aan het werk. Ik werk als ergotherapeut in de geestelijke gezondheidszorg. Ik ben heel fier op mijn werk: out of the box denken en denken in mogelijkheden is iets wat ik elke dag mag doen.
Aanbevolen voor jou